De wondere wereld van Thé Tjong-King | Van strip tot sprookje

by CRTV Magazine

• Tekst Sandra Lau • Foto’s Kenny Nagelkerke en archief Kinderboekenmuseum
Artikel uit editie 21

Wie is er niet opgegroeid met die fijne kinderboeken van Guus Kuijer, Els Pelgrom of Sylvia Vanden Heede? Tussen deze boeken is er in ieder geval één overeenkomst: de schrijvers werkten veel samen met de tekenaar Thé Tjong-King. Joukje Akveld en Annemarie Terhell bestudeerden zijn werk en zijn leven en gaven het resultaat in boekvorm uit. Deze studie vormde de basis voor een overzichtstentoonstelling in het Kinderboekenmuseum te Den Haag.

#21 CRTV_De wondere wereld van Thé Tjong-King

Achtergrond van Thé
Zijn achternaam is Thé, maar zoals gebruikelijk bij Chinezen wordt die voor de voornaam genoemd. Het levensverhaal van deze Chinese tekenaar (1933, Purworedjo-Indonesië) laat zich lezen als een sprookje. Als kind was hij altijd al bezig met tekenen. Zijn fantasie kon hij hier volledig in kwijt. Toen zijn vader, een drukke zakenman, een bioscoop kocht, was dat voor Thé een inspiratiebron voor grootse verhalen over spannende avonturen. Van huis uit werd een carrière als tekenaar niet bepaald gestimuleerd. Thé besloot zich desondanks toch te wijden aan deze onzekere stap als kunstenaar. Na het lyceum studeerde hij aan de Kunstacademie in Indonesië. In 1956 maakte hij de overstap naar Nederland. Van een luxueuze villa in Indonesië naar een klein kamertje in dit koude kikkerland. Het contrast was enorm, maar het was de enorme toewijding en bezetenheid die Thé motiveerde.

Thé Tjong-King

Begin loopbaan
Hij kon aan de slag als tekenaar bij de Toonder Studio’s, ook wel bekend van de stripboekreeks over Olivier B. Bommel. Marten Toonder was niet alleen zijn grote leermeester in technisch opzicht, ook hielp hij de Chinese tekenaar bij het verkrijgen van een werkvisum. Daarnaast gaf schrijfster Miep Diekmann zijn loopbaan een enorme stimulans. Zij wilde per se dat haar jeugdboek Total Loss, weetjewel (1973) door een striptekenaar geïllustreerd zou worden. Thé was op het juiste moment op de juiste plaats. Zijn werken waren niet langer beperkt tot illustraties voor jeugdbladen als Tina en Bobo. Hij kreeg nu de kans te laten zien welke talenten hij nog meer in huis had. Deze nieuwe stap in zijn leven vormde het begin van een succesvolle carrière.

Zijn tekenstijl
In het begin van zijn loopbaan waren zijn tekeningen zeer realistisch met precieze gezichtsuitdrukkingen, te vergelijken met wat nu graphic novels worden genoemd. In de loop der tijd is zijn tekenstijl geëvolueerd. Zijn tekenstijl is veel ‘liever’ geworden en doet denken aan de tekenstijl van kinderen. Vooralsnog een bijzondere prestatie, gezien de soms dreigende sfeer die de illustraties tegelijkertijd uitstralen. Aad Meinderts, directeur van het Kinderboeken- en Letterkundig Museum, is van mening dat in alle werken van Thé wel iets mysterieus, iets typisch oosters zit: “Er is eens een onderzoek gedaan onder studenten van een kunstacademie in Indonesië. Thé’s werken zijn ‘anoniem’ samen met andere werken voorgelegd aan de studenten. Stuk voor stuk wisten de studenten de ‘oosterse’ werken van Thé er feilloos uit te halen.”

Illustratie van Thé Tjong-King

Belangrijkste onderscheidingen
De waslijst aan zijn onderscheidingen, is indrukwekkend. Om er toch maar enkele te noemen: Thé won maar liefst driemaal de prijs voor het best geïllustreerde kinderboek, het Gouden Penseel. Dit was in 1978 voor Wiele wiele stap, in 1985 voor Kleine Sofie en Lange Wapper en in 2003 voor Het woordenboek van Vos en Haas. Voor zijn zelf ontworpen prentenboek Waar is de taart? won hij in 2005 zowel de Woutertje Pieterseprijs (voor het beste prentenboek) als de Zilveren Penseel. In 2010 werd zijn gehele oeuvre gewaardeerd met de Max Velthuijsprijs.

De tentoonstelling
Het introductiefilmpje in de ‘cinema’ geeft een goed beeld van Thé’s achtergrond, loopbaan en leuke anekdotes. Verder zijn voorbeelden te zien van zijn werken: zowel de boeken, illustraties en andere interactieve grapjes, speciaal ontworpen voor deze tentoonstelling. Daarnaast is er een replica van het bureau waaraan hij altijd werkte. De expositieruimte is zo ontworpen dat het lijkt alsof een bezoeker zich in een van Thé’s sprookjes waant, onder meer dankzij de kartonnen kroonluchters en het speciaal ontworpen tapijt, in de stijl van Thé. Deze tentoonstelling zal niet alleen de jongeren beroeren, maar ook de oudere generaties kunnen hun hart ophalen bij deze tijdloze illustraties. Een aanrader dus voor een paar uurtjes onvervalst jeugdsentiment!

Een greep uit Thé’s oeuvre:
• Wiele wiele stap en Ik zie je wel, ik hoor je wel (in samenwerking met schrijfster Miep Diekmann)
• Vos en Haas (in samenwerking met Sylvia Vanden Heede)
• Olle (in samenwerking met schrijver Guus Kuijer)
• Kleine Sofie en Lange Wapper en Griekse mythen (in samenwerking met schrijfster Els Pelgrom)
• Abeltje (in samenwerking met schrijfster Annie M.G. Schmidt)
• De prins op het witte paard en De prinses en de paradijstuin en andere prachtige prinsessenverhalen (in samenwerking met schrijver Dolf Verroen)

Share on Facebook0Tweet about this on Twitter0Share on Google+0Share on LinkedIn0Email this to someonePrint this page

What do you think? :)