Aflevering 2: Cheng bao, de dragende omarming

by CRTV Magazine

Tekst en foto’s Pay-Uun Hiu
Artikel uit editie 22

In China hoort het bij het dagelijkse straatbeeld. Groepjes mensen die in opperste concentratie héél langzaam bewegen of zelfs minutenlang stilstaan. Tai chi chuan en chi kung zijn onderdelen van een eeuwenoude Chinese gezondheidstraditie die intussen ook een weg naar het Westen heeft gevonden. Ook Nederland telt een behoorlijke hoeveelheid scholen op gebied van Chinese gezondheidsleer en vechtkunst. In een serie van vijf afleveringen gaan chi kung-instructeur Peter den Dekker en CRTV-redacteur Pay-Uun Hiu in op een aantal basisbegrippen en principes van chi kung. Aflevering twee gaat over ademhaling.

Cheng bao, de dragende omarming

Een van de vertalingen van het begrip chi (qi) is adem. Als we ons concentreren op dat aspect, is chi kung het oefenen, het cultiveren van de adem. De adem is de basis van alle oefening, oefening van de adem is de basis van alles wat daaruit voortvloeit. Ademen gaat vanzelf. De ademhaling wordt grotendeels aangestuurd door het autonome zenuwstelsel dat buiten ons bewustzijn functioneert. Het is maar een klein deel van de ademhaling dat onder directe controle staat. De rest van de zuurstofuitwisseling als resultaat van de lucht die we inademen, heeft buiten onze waarneming plaats. In de regel zijn het ritme en de diepte van de ademhaling gekoppeld aan onbewuste fysiologische en emotionele processen. Zo is de adem een constante wisselwerking tussen het bewuste en onderbewuste, van het fysieke en het mentale. In, uit. In, uit.

Zhan zhuang chi kung kent geen aparte ademhalingsoefeningen. Het oefenen van de ademhaling is besloten in het staan, in de houdingen die we aannemen om het lichaam zo te trainen dat de chi – en dus de adem – onbelemmerd door het lichaam kan stromen. Zonder deze te dwingen of te forceren, zachtjes heen en weer wiegend over de grens van ons bewustzijn.

De hun yuan zhuang [浑元桩] is de positie van de volledige cirkel, ook wel cheng bao [撑包, dragende omarming] genoemd. Een naam die in eerste instantie wordt geassocieerd met de dragende houding van de armen: licht gebogen voor het lichaam, ter hoogte van het hart. Maar

de volledige cirkel beperkt zich niet tot de voorzijde, de cirkel loopt juist ook achterlangs, over de schouderbladen, over de rug. Een andere metafoor voor deze houding is het omarmen van een ballon, omdat de houding van de armen daar het meest aan doet denken. Ook bij dit beeld

vormen de armen slechts een deel van het geheel. Het principe van zhan zhuang chi kung is dat je de lijnen en figuren ook doortrekt naar de delen van het lichaam die je niet direct ziet. De cirkel van de armen rolt als het ware door het hele lijf. In de lichte buiging van de knieholten kun je een ballon voorstellen waarop je denkbeeldig kunt zitten, je armen rusten op net zulke denkbeeldige ballonnen onder je oksels. Zo draag je een ballon en word je tegelijkertijd door ballonnen gedragen.

De cirkels die je om je heen voorstelt, zijn er niet alleen aan de buitenkant. Terwijl je zo staat en probeert in deze houding ontspanning te vinden, open je ook je borstkas als een inwendige cirkel en ontstaat er ruimte waardoor de adem vanzelf lager in de buik terechtkomt, in het gebied dat zich ruwweg drie vingerbreedten onder de navel bevindt en wordt omschreven als de onderste dan tian [丹田]. In de Chinese acupunctuur is dit punt de poort van de oorsprong, guan yuan [关原]. Dit is het punt waar de adem zijn centrum vindt. Bij baby’s en kleine kinderen gaat dit doorgaans vanzelf. Maar ook in een diepe en vredige slaap hervindt de gespannen en hoge ademhaling van een volwassene dit ‘oorspronkelijke’ ademcentrum.

Je kunt je afvragen in hoeverre een oefening zinvol is wanneer je alleen maar staat en nauwelijks iets doet. Oefenen is in westerse termen doorgaans gerelateerd aan ‘doen’ − ‘iets doen’, om specifieker te zijn. In het taoïsme is ‘wu wei’ [无为] een belangrijk principe, een begrip dat doorgaans wordt vertaald als ‘niets doen’. ‘Doen zonder te doen’, is een veelgehoorde interpretatie.

Maar de Chinese taal is te subtiel voor een eenduidige vertaling. Het karakter wei [为] kan op twee manieren worden uitgesproken: met een stijgende intonatie (tweede toon), of een dalende (vierde toon). Met stijgende intonatie betekent ‘wu wei’ inderdaad ‘niet doen’, of niets doen. Met een dalende intonatie betekent het zoiets als ‘daarvoor’,  ‘opdat’, ‘omwille van’. Met een beetje speculatie kun je daar het verschil in zien tussen ‘niets doen’ en ‘niet doen omwille van’. Ofwel: doen zonder gerichte intentie.

Dat is precies waar zhan zhuang chi kung over gaat. Door niets meer te doen dan te staan (of te zitten) in een bepaalde houding, laten we ons lichaam zelf doen wat het moet doen. We bannen het handelen op bewust niveau uit. We staan erbij en kijken ernaar. Slaapverwekkend? Geeft niks. Wie gaapt vanuit z’n tenen raakt in één keer de poort van de oorsprong en krijgt in de stand van zijn mond een volledige cirkel cadeau.

Share on Facebook0Tweet about this on Twitter0Share on Google+0Share on LinkedIn0Email this to someonePrint this page

What do you think? :)